EEN KWESTIE VAN SMAAK 2.

Survival of the fattest

Sinds Darwin is er veel veranderd en de celbiologie met de ontdekking van de genetische codering heeft de theorie van de ‘survival of the fittest’ vervolmaakt. Natuurlijke mutaties in erfelijke eigenschappen  hebben ertoe geleid dat de soorten met de grootste overlevingskansen, ‘the fittest’, de meest aangepasten, zich steeds verder hebben ontwikkeld. De huidige mens, de homo sapiens, is het uiteindelijke gevolg van deze mutaties. De soort probeert zichzelf in stand te houden. Bij de mens ging dat oorpronkelijk ongeveer net zo als in de dierenwereld.

Het mannetje c..q de man zoekt zich een aantrekkelijk wijfje c.q. aantrekkelijke vrouw, of omgekeerd. Aantrekkelijk wil zeggen, gezond, krachtig met grote overlevingskansen voor zichzelf en voor het nageslacht. Er moet dan een redelijk aantal nakomelingen worden verwekt. Niet te weinig, want onder barre omstandigheden is de voortijdige sterfte groot en er moeten voldoende overblijven om het voortbestaan te waarborgen en om eventueel de ouders te kunnen bijstaan tijdens hun oude dag. Maar ook niet teveel omdat anders overbevolking en schaarste ontstaat van hulpmiddelen waardoor overleven bemoeilijkt wordt. Eventuele mutaties die tot stand komen bv. onder invloed van radioactieve straling uit gesteentes of de cosmos, werken steeds in de goede richting: de minder aangepaste sterven vroegtijdig en planten zich niet voort, de slimmere, snellere, krachtiger individuen daarentegen zorgen voor steeds ‘fitter’ nageslacht. In agrarische termen is dit ‘veredeling’.

Naarmate de mens zich verder ontwikkelde vergrootte hij zijn overlevingskansen door cultivering. Cultivering is het door de mens aanpassen van de natuur. De natuur vormde immers een  bedreiging. Sterkere dieren werden bevochten met wapens, landbouwgewassen werden gecultiveerd en veredeld, dieren werden getemd en gefokt, kou en hitte werden bestreden door kleding en behuizing. Er onstonden handel en verkeer, kortom wat we beschaving en cultuur noemen.

In de huidige cultuur geldt ‘survival of the fittest’ niet meer. Minder aangepaste kinderen kunnen nu in leven gehouden worden door goede medische voorzieningen en in de westerse wereld is voedselvoorziening geen probleem. Door de grote overlevingskans is het krijgen van veel kinderen niet nodig voor het instandhouden van nageslacht en zelfs ongewenst voor het maken van carričre en het genieten van individuele vrijheid. Ieder mens wordt een plek op deze aarde gegund, zelfs diegenen die zichzelf door ongezonde gewoontes in gevaar brengen zoals druggebruikers, rokers, bergbeklimmers en overmatige eters. In de westerse wereld zien we dan ook vele dikzakken die vroeger de toets van ‘the fittest’ niet zouden hebben doorstaan. We kunnen dus zeggen dat we nu leven in het tijdperk van de ‘survival of the fattest’.

Het cultiveren geldt niet alleen het menselijk ras, maar betreft ook de gecultiveerde gewassen en dieren. Een koe zoals die in de Nederlandse weiden graast en ons zijn vele liters melk en kilo’s boter en kaas geeft, zou zich in de wilde natuur nog geen week kunnen handhaven. En ook de landbouwgewassen zouden door onkruid overwoekerd worden. We hoeven daarom in dit opzicht niet veel angst te hebben voor de genetisch gemodificeerde organismen. Mochten die in de wildernis terecht komen, dan is hun overlevingskans daar nihil in de concurrentie met gewassen die zich in een proces van miljoenen jaren als de meest aangepaste hebben bewezen.

Helaas is in arme streken van de wereld het evenwicht zoek. De confrontatie met de westerse levenswijze heeft een ware cultuurshock teweeg gebracht en de vroegere gewoontes zijn nog ingebakken: men leeft enerzijds nog met de oude idee dat een groot aantal kinderen nodig is voor voldoende nageslacht en verzorging voor de oude dag, anderzijds is er contact met andere delen van de wereld en ontvangt men ontwikkelingshulp in de vorm van medische en andere voorzieningen om langer in leven te kunnen blijven. Dit leidt tot overbevolking en daardoor meer armoede en natuurrampen, omdat men uitwijkt naar gevaarlijker streken. De bevolkingsexplosie is een echte ‘mensenplaag.

In de natuur roeit een plaag zichzelf uit. Dat kan op twee manieren gebeuren. Bij de eerste manier raken de natuurlijke hulpbronnen, het voedsel, op, zoals bij een sprinkhanenplaag. In wanhoop bestrijdt de soort zichzelf om de schaarse restanten. In menselijke omstandigheden betekent dit oorlog. Na totale vernietiging blijven slechts weinigen over. De tweede manier is vergiftiging door de eigen afvalproducten. Dit gebeurt bij micro-organismen, die zelf voor hen dodelijk zuur of alcohol aanmaken zoals in zure worst en wijn. Het is frappant dat de microbioloog  zegt dat de culture zichzelf dan heeft uitgeroeid.

De westerse wereld kan en mag zich niet afsluiten van de rest van de wereld want zij wordt er dagelijks mee geconfronteerd. ‘Terug naar de natuur’ of naar de situatie voor de industriële revolutie is geen optie want dat betekent een massaslachting: zonder de moderne hulpmiddelen is meer dan negentig procent van de mensheid, zeker die in het westen,  ten dode opgeschreven. Velen, ook in de westerse wereld, hebben moeite met de cultuurshock. Zij zouden de klok terug willen zetten naar de goede, oude tijd. De vraag is natuurlijk of die oude tijd wel zo goed was, maar dat is hier niet het punt. Het zijn niet alleen de fundamentalisten of orthodoxen die terug naar het verleden zouden willen. Teruggaan is natuurlijk onmogelijk, maar het is goed om tradities te handhaven en een historisch besef te hebben van de waarden uit het verleden., al is het maar als tegenhanger van de snelle, vaak oppervlakkige en materialistische manier van het moderne leven.  Maar vooruitgang is niet tegen te houden. Vooruitgang is immers een traditie van vele duizenden jaren. Om een voertuig beheersbaar te kunnen besturen zijn zowel gaspedaal als rem nodig.  Tesamen zorgen zij voor een evenwichtig weggedrag. Traditionelen en vooruitstrevenden (ik vermijd het woord ‘progressieven’ omdat die langzamerhand de meest behoudenden zijn) moeten elkaar in evenwicht houden om de vooruitgang beheersbaar te houden.

Tenslotte is het enige wat helpt om een mensenplaag te voorkomen, een wereldwijde, vrijwillige geboortebeperking en dat kan alleen als iedereen tot het inzicht komt dat uitsluitend langs deze weg overleving en welvaart mogelijk zijn. 









Downloaden als pdf