EEN KWESTIE VAN SMAAK 7

Liefde gaat door de neus

Van de vijf zintuigen, kijken, horen, voelen, proeven en ruiken is die van de reuk bij de mens de meest onbewuste, maar daarom nog niet onbelangrijk. Ruiken doen we met de neus. Bovenin de neus zit het olfactorisch epitheel, dat als het ware een deel van de hersenen is. Vluchtige stoffen kunnen bij inademen door de neus maar ook bij het uitademen dit olfactorisch epitheel prikkelen, waarbij direct een signaal naar de hersenen gaat. Het werkingsmechamisme van reuk is nog niet volledig opgehelderd. Zeker is dat de geursensatie in verband staat met de structuur en de vorm van de  moleculen. Maar we kunnen geurkarakter en geursterkte op basis van de chemische formule niet voorspellen. Om geroken te kunnen worden moet een stof vluchtig zijn en een zekere polariteit bezitten. Symmetrische moleculen zoals zuurstof, stikstof, kooldioxide en methaan hebben geen geur. Bij aardgas wordt daarom een verklikkerstof toegevoegd die wij herkennen als ‘gaslucht’ en die ons waarschuwt bij een gaslek.

Dit geeft meteen aan dat geur een waarschuwingsfunctie heeft. We ‘ruiken gevaar’ en moeten dan handelen voordat we bewust zijn wat precies de geur is. Anders dan bij kleuren, tonen en smaken hebben we voor geuren geen woorden. Het is vaak moeilijk een geur te identificeren als men je product niet tegelijkertijd kunt waarnemen. We kunnen vaak het juiste woord niet vinden en dan nog benoemen we de geur naar associaties: iets ruikt als een roos, als leer, als koffie etc. Wel kunnen bepaalde geuren plotseling duidelijke herinneringen oproepen van vroegere situaties. Verder genieten wij de ‘smaak’ van voedsel met de neus. Vaak zegt men dat fijnproevers een fijne tong hebben, maar het is eigenlijk de geur, het aroma, dat bij uitademen via de neus-keelholte het olfactorisch epitheel bereikt, dat het karakter van een drank of gerecht bepaalt. De tong neemt de basissmaken zout, zoet, zuur en bitter waar en verder voelt men in de mond de textuur en de temperatuur, maar de neus  doet het eigenlijke werk. Probeer maar eens een vrucht of ander product geblinddoekt en met de neus dicht te herkennen. Jammer voor mensen met een anosmie, die reukgehandicapt zijn. Deze handicap wordt nauwelijks erkend, in tegenstelling tot blindheid en doofheid, weer een teken dat de geurbeleving voor de mens niet op de eerste plaats komt. Is het bij mensen dan zoveel anders dan bij dieren?

Van dieren weten we dat zij in belangrijke mate afhankelijk zijn van reuk. Zij zoeken hun voedsel, ruiken gevaar, bakenen hun terrein af en vinden ook hun partners met behulp van geuren. Niet alleen voor zoogdieren, ook veel insecten zijn afhankelijk van een reukorgaan. De geurstoffen die gebruikt worden bij het zoeken naar partners heten feromonen, vluchtige hormonen die door de lucht worden overgedragen en op de geslachtsdrift van het andere geslacht inwerken. Er is maar een relatief gering aantal moleculen nodig om het reukorgaan voor de daarvoor gevoelige dieren te prikkelen. Iedere hondenbezitter weet welke reacties een loopse teef op grote afstand kan oproepen. Hoe zit dat nu bij mensen? Hebben wij ook feromonen en hoe reageren wij daar dan op?

De beschaafde mens heeft geleerd zijn geslachtsdrift te beteugelen. Dit is een cultureel verschijnsel waarbij een beperking van het aantal nazaten nodig is om hen in een bepaalde welstand te kunnen   onderhouden. Sterke lichaamsgeuren worden daarom letterlijk weggewassen en met deodorant opgeheven. Persoonlijke geuren worden overdekt met lotions en parfums, waar overigens vaak stoffen in verwerkt worden die gelijk of verwant zijn aan dierlijke feromonen, zoals muskusgeurstoffen die door muskusratten worden uitgescheiden. Deze reukwaren geven een aantrekkelijke, soms zwoele geur die de eigen feromonen geheel of gedeelteljk overdekt. Dat de mens niet ongevoelig is voor feromonen blijkt verder ook uit de sterke afkeer van vrouwen voor vlees van geslachtsrijpe mannelijke varkens. Hierin kan zich androstanon zitten, een mannelijk geslachtshormoon dat verantwoordelijk is voor de zogenaamde ‘berengeur’. Mannen nemen deze geur niet waar, althans niet in die lage concentraties. Het is aangetoond dat vrouwen de gedragen T-shirts van hun partner feilloos konden vinden in een hoop vuil ondergoed. Vrouwen presteren trouwens in het algemeen beter dan mannen in het identificeren van geuren.  Er zijn meer dergelijke proeven gedaan waarin is aannmemelijk gemaakt dat ook bij mensen geuren een rol spelen bij het selecteren van hun partner. Men kan sommigen ‘niet luchten’ anderen daarentegen ‘staan in goede reuk’.

Hierbij doet zich de vraag voor of gebruik van de anticonceptiepil, die de hormoonhuishouding van de vrouw  verandert, niet ook hun waarneming van feromonen beïnvloedt. Misschien wordt een partner dan meer op uiterlijk en andere overeenkomsten uitverkoren en niet op hun lichaamsgeur. Dat onder invloed  van hormonen de smaak kan veranderen blijkt uit de hunkering van zwangere vrouwen naar vreemde gerechten zoals augurken. Het is een frappant verschijnsel dat partners die geruime tijd samenwonen, plotseling uit elkaar gaan als ze besloten hebben te gaan trouwen of als ze net getrouwd zijn. Er is geen onderzoek naar gedaan, maar het is een intrigerende hypothese dat dit komt omdat op dat moment de beslissing is genomen kinderen te krijgen en dus op te houden met het gebruik van de pil. Hierbij kan de partner in een andere reuk komen te staan. Ver gezocht? Misschien wel, maar het zou ons toch moeten waarschuwen: met een variatie op twee  hollandse spreekwoorden ‘bezint eer ge bemint’ want ‘de pil doet wat hij wil’.
  
    





Downloaden als pdf