EEN KWESTIE VAN SMAAK 8

Kunst of kunstmatig.

De woorden ‘kunst’ en ‘kunstmatig’ brengen heel verschillende gevoelens naar voren. Kunst wordt gezien als iets hogers, waar de mens boven zichzelf uitstijgt. Kunstmatig daarentegen wekt negatieve gevoelens op: we denken dan aan namaak en surrogaat. Merkwaardig eigenlijk.

Kunst wordt door mensen met een speciale begaafdheid en training gemaakt en wordt vervolgens door anderen waargenomen, die daarbij meestal een zekere emotie ondergaan.  Kunst richt zich steeds op oog (beeldende kunst) of oor (muzische kunst) of beide (bv. theater, opera, ballet en film). Een kunstwerk, de creatie van een kunstenaar, moet uniek zijn, zelfs als we te maken hebben met een uitvoerend kunstenaar, die toch zijn eigen gevoelens in een interpretatie legt. Kunst is bij uitstek een cultuurverschijnsel, waarbij de mens zich afzet tegen de natuur. Dat de natuur de kunstenaar inspireert is hiermee niet in tegenspraak, maar cultuur staat wel tegenover natuur.

Een kunstmatig product is eveneens een cultuurverschijnsel. Men zou de uitvinder van een kunstmatig product best als een kunstenaar kunnen beschouwen. Een uitvinding is uniek, vaak beschermd door een octrooi, het wordt door anderen waargenomen en kan bij ingewijden zeker een emotie oproepen. Een uitvinding is vaak een vrucht van de wetenschap. In de wetenschap worden voortdurend uitvindingen gedaan, vaak met een voor de kenner ontroerende schoonheid, maar niet alle wetenschappelijke uitvindingen leiden direct naar nieuwe producten. Als dat wel zo is,  wordt zo’n product meestal fabrieksmatig in grote aantallen of hoeveelheden geproduceerd en dan lijkt het alsof dit product niet meer uniek is en dawordt het een kunstmatig product. Wat wel uniek blijft is de uitvinding.

De wetenschap staat niet ver van de kunst af. Hierbij bedoel ik niet kunst in de zin van boekdrukkunst of geneeskunst, waar het gaat om een speciaal vakkennis, een ‘kunde’.  Het gaat om de wetenschap die de natuur blootlegt. Vandaar het woord ontdekkingen. De  gevonden wetmatigheden kunnen gelijksoortige emoties opwekken als kunstwerken, denk aan het ‘Eureka’ van Archimedes. Natuurwetten zijn creaties van mensen die om te overleven een ordening aan moeten brengen in de verschijnselen die zich aan hen voordoen. Begrip betekent  houvast en voorspelbaarheid of tenminste een verwachtingspatroon van de toekomst. Een leraar van mij sprak misschien daarom over ‘wiskunst’ en ‘natuurkunst’, een woordspeling die in andere talen niet opgaat.

Zoals een uitvoering volgt op een compositie zo volgt de toegepaste wetenschap op de pure of fundamentele wetenschap. Deze richt zich op voor de mens nuttige of aangename zaken, die dan tenslotte worden geproduceerd in een fabriek: kunstmatige producten. Misschien voelt onze Calvinistische inborst zich schuldig bij zaken die het leven vergemakkelijken en die leiden tot genot en materialisme. Dit kan een onbewust aspect zijn dat speelt bij de negatieve gevoelens bij deze kunstmatigheden.

Hoe komt het nu dat we ‘kunstmatig’ gevoelsmatig als inferieur beschouwen?  Of we het willen of niet, we zijn zelf cultuurverschijnselen omringd door kunstmatigheden. Ten onrechte beschouwen we wat er honderd jaar geleden bestond en gedaan werd als ‘natuurlijk’. Sinds de mensheid bestaat zijn uitvindingen gedaan om zich tegen de vijandige natuur te verweren: wapens, vervoermiddelen, cultiveren van landbouw en veeteelt, bakken van brood, weven van kleren, noem maar op. Dit wordt door velen als ‘natuurlijk’ ervaren, omdat het er altijd al was en omdat het begrijpelijk en overzichtelijk is. Wat in een fabriek gebeurt onttrekt zich echter aan veler waarneming. Nieuwe dingen roepen altijd al weerstand op, zeker als ze moeilijk te begrijpen zijn. Hoewel men graag profiteert van de nieuwe verworvenheden, blijft er een zekere argwaan en dus een negatieve gevoelswaarde voor  kunstmatige producten.

Een ander punt is dat kunstmatige zaken niet beperkt blijven tot waarneming door oog en  oor. Vooral in de levensmiddelenbranche komt men ‘kunstmatig’ met negatieve gevoelswaarde tegen. Zoetstoffen, aromatiserings- en conserveermiddelen worden door smaak- en reukorgaan waargenomen. Ze wekken achterdocht omdat ze nieuw en dus onbekend zijn  en bovendien substantieel in het lichaam worden gebracht. Buitengewoon eng. Verder zijn er nieuwe productiemethodes: kant-en-klaar, ingeblikt, diepgevroren, gepasteuriseerd, gesproeidroogd voedsel etc. Nu is men van nature al erg conservatief als het om eten gaat. Geen wonder, want we hebben van  onze voorouders, die in een eeuwenoud proces door schade en schande wijs zijn geworden, moeten leren welk voedsel veilig is. Als men ziek wordt, is het te laat, dus moeten we met onze zintuigen een levensmiddel herkennen aan zijn sensorische eigenschappen: uiterlijk, geur, textuur en aroma. Toch kennen we van oudsher ‘gefabriceerde’ etenswaren zoals brood, spaghetti, worst, kaas, wijn enzovoort, alle gemodificeerd om ze veilig, houdbaar en voedzaam te maken. Ook smaakstoffen als kruiden, peper en zout, kleurstoffen zoals safraan en paprika zijn allang bekend. Zo lang dat ze als natuurlijk worden ervaren. Toen deze conserveringsmethoden en additieven werden uitgevonden, werden ze waarschijnlijk aanvankelijk ook als kunstmatig en negatief  ervaren.

Dat de mening over kunst ook kan veranderen weten we. Een schilder als van Gogh moest tot na zijn dood wachten tot hij erkend werd. We vinden gebruiksvoorwerpen van vroeger in musea, als curiositeit, maar toch ook als iets wat ons emotioneel raakt. Wie weet zullen onze nakomelingen de ‘kunstmatige’ producten van nu als artefacten in musea uitstallen en als kunstvoorwerpen bewonderen. De eerste computermusea bestaan al. Kunst en kunstmatig zijn beide loten aan dezelfde cultuurstam.








Downloaden als pdf