EEN KWESTIE VAN SMAAK 9

Is Wetenschap Kunst?

Met de vraag of wetenschap kunst is bedoel ik niet kunst in de zin van ‘kunde’, het hebben van bepaalde vaardigheid en kennis. Ook niet in de zin van ‘zwarte kunst’, iets wat onbegrijpelijk is en neigt naar hekserij. Nee, ik bedoel kunst in de zin van ‘schone kunsten’, volgens van Dale: ‘het vermogen dat wat in geest of gemoed leeft of daarin gewekt is, tot uiting of voorstelling te brengen op een wijze die schoonheidsontroering kan veroorzaken’.

Kunst moet aan de volgende criteria voldoen: het moet een creatie van mensen zijn, door anderen worden waargenomen en gewaardeerd als boeiend, knap en origineel.  Erkende kunst richt zich vooral op oog, oor of beide. Beeldende kunst zoals de schilder-, beeldhouw- of bouwkunst wordt met de ogen waargenomen, muzische kunst met de oren en toneel, opera, ballet en film met oog en oor. De andere zintuigen, smaak, reuk en gevoel komen in de schone kunsten niet aan bod. Mijns inziens ten onrechte, maar dat is en ander hoofdstuk. Kunst is een uiting van cultuur. Cultuur staat hierbij tegenover Natuur. Cultuur wordt door mensen gemaakt, wel steeds geïnspireerd door de natuur, terwijl de natuur er is, zonder dat de mens daar de hand in heeft gehad. Een boom kan nooit kunst zijn, zolang die niet door iemand is geschilderd of in een onnatuurlijk kader is geplaatst.

Hoe zit het nu met wetenschap? De wetenschap tracht in de natuur een ordening te ontdekken, onderliggende wetmatigheden waarmee men de toekomst kan voorspellen. Wanneer zo’n wetmatigheid is gevonden en getoetst, kan een kenner hier een schoonheidsbeleving door ondergaan, want ordening is mooi. Het terugbrengen van de natuur tot essentiële onderdelen is een opgave van wetenschappers, maar evenzeer van kunstenaars. Het blootleggen, ontdekken van de natuur is gebaseerd op het geloof dat er een onderliggend patroon is. Zo zei bijvoorbeeld Rodin dat het brok steen een beeldhouwwerk bevat dat hij moest proberen te bevrijden. Een tekenaar ziet een blanco blad papier waaruit hij het portret dat hij tekent moet laten opkomen. Zo zal een componist een melodie die volgens hem in abstracto reeds bestaat, in noten omzetten, waarna een uitvoerend kunstenaar zal proberen dat wat hij in zijn gedachten hoort, te vertolken. In deze filosofie bestaat zowel bij wetenschapper als bij de ware kunstenaar de onderliggende structuur al voor hij de wetmatigheid ontdekt of het kunstwerk realiseert.  Je kunt je dus afvragen of atomen al bestonden voor ze ontdekt werden en of de vijfde symfonie van Beethoven er al was voordat hij hem componeerde.

Nu is niet ieder die de universiteit heeft bezocht een wetenschapper pur sang evenmin is ieder die een stukje op de piano speelt of een kiekje maakt direct een kunstenaar. Dat zijn amateurs die bij hun hobby een groot plezier kunnen beleven of die een vakkennis verwerven waarmee zij als artisanen of vaklieden op een bevredigende manier hun brood kunnen verdienen. Geniale wetenschappers en kunstenaars zijn zeldzaam, maar zij brengen de cultuur stappen vooruit, waarbij de natuur steeds inspiratiebron is. We kunnen ons geen voorstelling maken van zaken waarvoor wij geen zintuigen hebben. We kunnen er wel mee rekenen, maar dan blijft het abstract. Zo kunnen we ons geen ruimte voorstellen met meer dan drie dimensies.  De tijd wordt wel als vierde dimensie aangeduid, maar in ons gevoel is tijd toch iets anders dan ruimte. We kunnen bijvoorbeeld niet een stapje terug doen in de tijd of  in de tijd heen en weer vliegen en op het uitgangspunt terugkomen. Ook het atoombegrip is onvoorstelbaar. De electronen lijken op satellieten die om de atoomkern draaien en wel zo snel dat het een moeilijk doordringbare electronenschil wordt, dan weer gedragen ze zich als een golf die een specifieke afstand tot de kern moet hebben om zichzelf niet uit te doven.  Licht wordt nu eens beschreven als deeltjes, fotonen met een zekere stralingsdruk en -energie, dan weer als een golfverschijnsel met interferentiepatronen en polarisatiemogelijkheid. Het is als bij de bekende tekeningen van twee figuren, bv. een oude of een jonge vrouw, waarbij men of de ene voorstelling of de andere kan zien, maar niet beide tegelijkertijd. Wij kunnen ons niet voorstellen dat iets zowel een deeltje als een golf kan zijn, omdat zoiets in onze macroscopische wereld niet bestaat. Alleen abstracte mathematische formules geven een totaalbeeld. We kunnen ons ook geen zesde zintuig voorstellen, hoewel er mensen zijn die beweren zoiets te hebben. Paranormaal noemen we dit en juist omdat dit met onze normale zintuigen niet waargenomen kan worden,  wordt er door charlatans, zoals vroeger door kwakzalvers, veel misbruik gemaakt van goedgelovigen. Voor paranormale verschijnselen bestaat (nog) geen voorspellend, ook geen mathematisch model.

Ook in de Kunst zijn er kwakzalvers, die speculeren op het feit dat maar weinigen echt verstand van kunst hebben. Zij verkopen hun werken als de nieuwe kleren van de keizer. De tijd zal leren wat echte kunst is en het kaf van het koren scheiden.

Concluderend hebben wetenschap en kunst veel met elkaar gemeen, niet alleen omdat er wetenschappelijke musea bestaan. Maar er zijn ook verschillen. Wetenschap zoekt causale verbanden, boort in de diepte en richt zich op het verstand. Kunst stijgt in de hoogte en richt zich op het emotionele.  Wanneer we de opvatting dat kunst zich uitsluitend bestaat uit beeldende en muzische kunst dus voor oog en oor, verruimen, is naast haute-cuisine en parfumerie ook plaats voor wetenschap als kunstuiting. We kunnen ons afvragen of ook het omgekeerde geldt: ‘is kunst  wetenschap?’








Downloaden als pdf